Mountains, mountains, mountains
Khardung La Pass, after breakfast. Higher, higher, higher, until a gap opens up between the Himalayan giants, allowing a descent into the Nubra Valley on the other side. At the summit, there was enough breath left to take in the breathtaking beauty. We also placed a sticker for Laurens, who found peace in January. It was busy, yet serenely quiet; everyone was clearly awestruck by the place. On the way down, a motorcyclist—the madman—tried to film himself, only to have a donkey photobomb the shot. The landscape remained impressively vast. What mountains. In the Shyok Valley, a colossal, colorful Buddha stood tall, and we hauled ourselves up hundreds of steps to Diskit Monastery to marvel at yet more rooms filled with Buddha statues and other paraphernalia—finding beauty in it all despite the onset of "Buddha fatigue." Life on this side of the mountain has remained more authentic, even as entertainment-driven tourism encroaches here too. The attractions themselves are a bit of a shock, though: you can go ziplining, karting, churn up the desert floor on quad bikes, or sustain a sore backside riding a camel. Yet, you feel transported back a century when strolling through a village in the late afternoon sun, dodging cows and letting the immense friendliness of the local people wash over you. We’re staying for a few days—if only to gaze at the stars at night. Though these days, you never quite know if the light shining above comes from God or Elon Musk.
Mountains, mountains, mountains
Khardung La pas na het ontbijt. Hoger, hoger, hoger, tot er tussen de Himalayareuzen een gaatje vrij is om aan de andere kant naar de Nubra valley af te dalen. Op de top adem genoeg om de adembenemende schoonheid tot je te nemen. En een sticker geplakt voor Laurens die in januari rust vond. Het was druk, maar ook sereen stil. Iedereen toch onder de indruk van de plek. Onderweg naar beneden probeerde een motorrijder zichzelf te filmen, de gek, en speelde een ezel fotobom. Het landschap was onverminderd indrukwekkend. Wat een bergen. In de vallei van de Shyok stond een enorm grote Boeddha kleurrijk te wezen en sjouwden we weer honderden treden op om in het klooster van Diskit ons te vergapen aan weer vele ruimtes vol Boeddhabeelden en ander parafernalia waar je toch weer de schoonheid van inziet ondanks de Boeddha-moeheid die ook toeslaat. Het leven is aan deze kant van de berg authentieker gebleven in weerwil van het ook hier oprukkende entertainment toerisme. Wel schrikken al die attracties. Je kunt hier ziplijnen, karten, met quads de woestijnbodem omploegen en een zitvlakblessure oplopen op een kameel. Toch waan je je een eeuw terug als je door een dorpje wandelt in het late zonlicht en de koeien ontwijkend de enorme vriendelijkheid over je heen laat komen van deze mensen. We blijven een paar dagen. Alleen al om in de nacht naar de sterren te kijken. Al weet je tegenwoordig niet of wat er staat te schijnen van God of van Elon Musk is.