Beautiful Basgo Monastery
Reflecting on the day, there is only one conclusion: I am dead tired. Those first five days really take it out of you. Yet, it was another spectacular day—even if little remains of the desolate, desert-like landscape through which a charming single-lane road once meandered. Now, there is a substantial highway lined with dozens of intimidating army camps and the occasional oversized village where construction is proceeding at a breakneck pace; there are certainly more scaffolds than trees. That is the new Ladakh. But there is still plenty of breathtaking beauty to see—like the monastery in Basgo, home to the two most beautiful Buddha statues I have ever laid eyes on (and I must have seen close to a million by now). Then there was the Ladakh Biennale, which had transformed the monastery here into an art installation. The Biennale was also present at the Likir monastery, resulting in a lovely scramble and hike—rewarded by a field of pots. It was at the monastery itself that the first signs of "gompa fatigue" set in; there is a limit to how many Buddhas and Gurus one can absorb. Near Likir, the itinerary included a cave featuring—yet again—paintings of that man with his beautiful life lessons. You had to scramble up a rock face, but they had forgotten to build a path, and once inside the cave, you were expected to meditate in pitch darkness. Only my camera could see the paintings. Back down at the bottom, my knees were still shaking violently. No more of this madness. In Lamayuru—where, twenty-two years ago, I had ended up in a primitive homestay—the accommodation options were now countless. The *Lonely Planet* claims there is a moonscape to be admired here; that is certainly true. I made a quick visit to the monastery before drifting off into a deep sleep. Traveling—it’s quite something.
Beautiful Basgo Monastery
De dag beschouwend is er maar één conclusie: doodmoe. Die eerste vijf dagen hakken erin. Maar het was weer een spectaculaire dag. Al is er van het desolate, woestijnachtige landschap. waar een vertederend éénbaans weggetje doorheen meanderde niet veel over. Een kloeke autoweg omzoomd met tientallen angstaanjagende legerkampen en zo nu en dan een uit de kluiten gewassen dorpje waar in een moordend tempo van alles gebouwd wordt. Meer steigers dan bomen in ieder geval. Dat is het nieuwe Ladakh. Maar er is nog steeds veel gloeiend moois te bekijken. Zoals de monastery in Basgo. De twee mooiste Boeddha beelden ever gezien. En ik moet er inmiddels toch een kleine miljoen gezien hebben. En dan was er ook nog de biënnale van Ladakh die hier het klooster in rook deed opgaan. Ook bij het klooster van Likir was de biënnale present. Het leverde een mooie klauter- en wandeltocht op. Met een veldje met potten als beloning. Bij het klooster zelf ontstond de eerste gompa moeheid. Je kunt ook teveel Boeddha’s en Guru’s te verstouwen krijgen. Vlakbij Likir stond er een grot met alweer schilderingen van die man met zijn mooie levenslessen op het programma. Je moest tegen een rotswand naar boven klauteren maar ze waren vergeten een pad te maken. En boven in de grot diende je in het pikkedonker te mediteren. Alleen mijn camera kon de schilderingen zien. Weer beneden knikten je knieën nog heftig. Niet meer doen, deze gekheid. Lamayuru, waar ik tweeëntwintig jaar geleden in een primitieve ‘homestay’ terecht kwam, waren nu de slaapgelegenheden niet meer te tellen. Er staat in de Lonely Planet dat hier een maanlandschap te bewonderen is. Dat klopt. Snel nog even het klooster gedaan om daarna in een diepe slaap weg te glijden. Het is wat, dat reizen.