Black Dust

Black Dust

Nog redelijk vroeg in de ochtend, was ook al om half zes vertrokken uit Bathinda, reed ik Delhi binnen. Volgens Google Maps was het nog 28 kilometer maar wel 3 uur rijden. Je moet je bij dit soort feiten maar neerleggen. India is in alles extreem, dus ook in de getallen. Mijn ruit werd gepoetst toen ik weer eens stil stond. Haar doekje was zwart, haar gezicht was zwarter dan ze was al was, haar zwarte ogen keken mij smekend aan. Roepia stond er in zwart op haar voorhoofd geschreven. Ik gaf haar wat. Of het genoeg was zeiden haar ogen niet. Ze woont hier aan de snelweg, onder ditzelfde viaduct waarschijnlijk. Ze was acht. Haar hele familie heeft hier zwarte doekjes denk ik. Ze bestond alleen nog maar uit fijnstof, zwarte, diepzwarte fijnstof. Terwijl ik verder reed zag ik dat mijn ruit nu zwart was. Over twee-en-eenhalf uur heb ik een witte kamer met een grote douche met hele fijne warme stralen water. Zij weet niet wat een douche is. Een oude sentimentele zak word ik nog als ik langer hier blijf. Het gaat goed met India, dat zeggen alle cijfers, maar al die vele keren dat ik hier was blijven die zwarte doekjes hetzelfde, ze poetsen zich dood, ze sjouwen zich dood, ze worden gedood voor organen, voor een bruidsschat, voor het meisje zijn, voor niets. Ik zou ze graag in mijn armen sluiten maar dat is niet gepast. Ik laat het bij de kruimels die ik geef, te weinig, sorry. 

De laatste dagen in, altijd druk, Delhi vooral musea bezocht. Moderne kunst, klassieke kunst. Zoals verwacht waren veel afdelingen gesloten, wegens verbouwing of gewoon de sleutel kwijt, wie zal het zeggen. Wat is er toch veel moois gemaakt op deze wereld. Al duizenden jaren lang en nu zijn wij het allemaal aan het verzieken. Straks is er niemand meer om naar al die mooie dingen te kijken. Zijn we allemaal in fijnstof opgegaan. In het National Museum was het ‘schoolgirls day’ en voor hen is zo’n grote grijze opa uit het buitenland reuze interessant. Deze meisjes hebben nog nooit zo’n zwart doekje in hun handen gehad. Laat ik deze trip besluiten met de mooiste zin die ik las op een bord bij de Gouden tempel van Amritsar: “Even if we don’t know your name we recognize you”

Dat zou voor iedereen moeten gelden.