Mijn neus uit

ook de whiskey

Mijn neus uit

Ja, ze kwamen mijn neus uit de markten hier in Yunnan. Het lijkt wel of reizen uit niets anders meer bestaat dan voor een groentekraam staan en naar enorme radijzen kijken. En dan kun je maar beter de dame die ze verkoopt fotograferen dan heb je meteen iets om handen. Heb de markten niet geteld maar voorlopig heb ik het gehad. Heb ondertussen ook nog een studie gedaan naar fenomeen hoedje hier in China. Enorme hoeveelheden in alle soorten en maten worden aan de toeristen te koop aangeboden. En iedereen koopt er ook minstens één. Maar veel kunnen het aanbod niet weerstaan en kopen er meerdere. Ongeveer 99,9 procent ziet er niet uit maar daar malen ze hier niet om. Je ziet ook een nieuwe trend ontstaan en dat is de onderhoed. Vooral mannen hebben vaak meerdere exemplaren op hun hoofd. Bij de lokale bevolking is de hoed ook een hot mode item maar daar is een strohoed de favoriet. En ook hier dragen ze die meestal gewoon bovenop hun hoed of hoofddeksel wat bij hun etnische groep hoort. Kortom, ik kom mijn tijd wel door met het bestuderen van deze zaken.

 

Een andere, hoogst onaangename, gewoonte van de Chinezen is het afbreken. Daar scheppen ze een satanisch genoegen in. Oude stadjes worden gewoon met de grond gelijk gemaakt en dan zetten ze er in no-time iets soortgelijks, maar dan nieuw en net anders voor in de plaats. Ik bracht een bezoek aan Shuanglán aan het Erhai meer. Het stond bekend als een uiterst pittoresk en authentiek stadje waar je nog in het oude keizerlijke China kunt rondlopen. Dat kun je dus vergeten. Dit stadje zit nog in de transitie fase. Bijna alles is inmiddels afgebroken maar het meeste nog niet opgebouwd. Daar zijn ze heel hard mee bezig, dat wel. Het wordt werkelijk heel lelijk denk ik. Ze hebben niet helemaal goed onthouden hoe het er vroeger uitzag en wat er al overeind staat zou bij ons in ieder geval niet door de Welstand komen. Iets moet het plaatsje echter wel hebben want er liepen vrijwel alleen hippe, jonge mensen rond en er stonden ook alleen dure auto geparkeerd bij het stadje. Het is gelukkig autovrij voor toeristen. De mensen uit de stad rijden gewoon wel als gekken door de breed gemaakte straten. Winkeltjes hebben ze ook al meer dan genoeg en dan moet het meeste nog gebouwd worden. Ze waren ook maar alvast begonnen met entree heffen voor bezoekers. Om de bouwwerkzaamheden te bekijken. En er was markt, natuurlijk.

 

Ik ging maar een cappuccino drinken in een hip hostel. Daar hadden ze een varkentje als huisdier. Het beest sprong vrijwel meteen bij mij op schoot. Als katten liefhebber hoefde ik alleen die snuit weg te denken en een vachtje te visualiseren en was er hoegenaamd geen verschil. Toen het beest een soort van boer liet heb ik hem of haar, daar was ik nog niet aan toegekomen, afgeschud.
Nogmaals bleek dat er iets speciaals aan dit stadje kleefde want het meisje achter de bar sprak een beetje Engels. Toen ik later nog een schiereiland betrad wat aan het stadje hing werd er nogmaals entree geheven en zocht ik naar een aantal tempels en andere bezienswaardigheden die ik niet heb kunnen vinden. De bordjes ernaar toe werden steeds minder tot ze op waren en ik weer terug aan vaste wal was.

 

Terug in mijn hotel bestelde ik daar maar wat te eten en toen kwam de eigenaar, een Tibetaan net thuis van een begrafenis. De broer van zijn moeder was overleden. Het was blijkbaar een Brabantse plechtigheid geworden want hij was straal bezopen. Hij begon honderduit te vertellen waarbij wel een aantal zinnen verloren gingen in zijn benevelde woorden. Gelukkig kwam na een tijdje een andere gast, waarmee ik al eerder kennis gemaakt had, aanschuiven en werd Jim, de hoteleigenaar, langzaam wat nuchterder. Het werd een lange avond met veel verhalen, met politiek, met Tibet en met drank. Jim begon aan zijn jerrycan whisky en die moest leeg had ik de indruk. Ben geen liefhebber van sterke drank dus nipte maar wat voor het fatsoen mee. Heb er een slaapplek in San Francisco aan over gehouden en het advies van Jim om naar Chiang Mai te gaan waar zijn ex op dit moment verbleef, die zocht nog wat. Ze is Nederlandse wat het handig maakt merkte hij op. Alsjeblieft dank je wel zei hij er lachend achteraan. Ze hadden vier kinderen, dat leek mij nu weer geen goed omen.